De gemeenteraad:
Gelet op de Grondwet;
Gelet op de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar;
Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
Gelet op het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 5 maart 2017 tot bepaling van de verblijfsvergunningen waarvoor de gemeenten retributies kunnen innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen ervan en tot bepaling van het maximumbedrag bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 31 oktober 2006 betreffende het elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar;
Gelet op het Ministerieel besluit van 15 maart 2013, laatst gewijzigd door het Ministerieel Besluit van 5 juli 2022 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, de elektronische kaarten en de elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, en de biometrische kaarten en biometrische verblijfstitels, afgeleverd aan vreemde onderdanen van derde landen.
Gelet op het KB van 13 juni 2010 tot wijziging van het KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
Gelet op de omzendbrief van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer d.d. 20 oktober 2010 met kenmerk OBG-ID1/PC/10/1378 betreffende de invoer van het rijbewijs in bankkaartmodel;
Gelet op de omzendbrief van de FOD Binnenlandse Zaken d.d. 05/11/2019 betreffende de vergoeding ten laste van de gemeenten voor het uitreiken van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, waarbij de bijlage is gewijzigd bij ministerieel besluit van 28 oktober 2019.
Gelet op de omzendbrief van de FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Identiteit en Burgerzaken, Rijksregister van 6 november 2023 betreffende rijksregister - eID: het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en- documenten vanaf 1 januari 2024;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 27 oktober 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en het koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar, voor wat betreft de verblijfsdocumenten en verblijfstitels afgegeven aan vreemdelingen onder de twaalf jaar;
Gelet op de nota van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Vreemdelingenzaken, Dienst Migratiewetboek van 6 november 2023 betreffende de modernisering van de verblijfsdocumenten en verblijfstitels afgegeven aan vreemdelingen onder de twaalf jaar;
Gelet op de nota van de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Identiteit en Burgerzaken, dienst eID van 7 december 2023 betreffende de implementatie van elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan twaalf jaar;
Gelet op het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009;
Gelet op het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM);
Gelet op de bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne van 1 juni 1995 (Vlarem 2);
Overwegende dat door het Decreet betreffende de omgevingsvergunning één enkele procedure is ingesteld wat betreft de vergunningsplicht of de meldingsplicht, voor zowel de stedenbouwkundige handelingen en de verkavelingen (bedoeld in de artikelen 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.15 van de Vlaamse Codex Ruimtelijk Ordening – VCRO) als voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste de tweede of de derde klasse (bedoeld in artikel 5.2.1 van het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid – DABM);
Overwegende dat het artikel 5 van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning de projecten vermeldt die op grond van respectievelijk het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en van de Vlaamse Codex Ruimtelijk Ordening (VCRO), ofwel vergunningsplichtig ofwel meldingsplichtig zijn;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017 tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van de handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is;
Gelet op het feit dat in het Omgevingsvergunningsdecreet en het uitvoeringsbesluit voor wat betreft het indienen van vergunningsaanvragen en verzoeken tot bijstelling in eerste aanleg, geen bepalingen zijn opgenomen die de gemeentelijke en provinciale dossiertaksen regelen, dat bijgevolg de lokale autonomie geldt;
Gelet op het hoofdstuk 3 van titel 1 van de toelichting aan de Vlaamse Regering, toegevoegd als bijlage 20 bij het uitvoeringsbesluit van 27 november 2015, waarin expliciet vermeld wordt dat gemeenten en provincies voortaan ook dossiertaksen kunnen vragen voor aanvragen ingediend in eerste aanleg;
Gelet op de wet van 29 juli 1991, en latere wijzigingen, betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op de Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.
Overwegende dat de retributie is ingevoerd om de kosten die de gemeente maakt voor het opstellen, verwerken en bezorgen van deze documenten op een billijke manier te recupereren;
Overwegende dat de stukken en prestaties een individueel voordeel aan de aanvrager toekennen;
Overwegende dat het principe “de gebruiker betaalt” toegepast wordt, wat bijdraagt aan een rechtvaardige verdeling van de gemeentelijke uitgaven en een efficiënte dienstverlening;
Overwegende dat het afleveren van allerlei administratieve stukken voor de gemeente lasten meebrengt en dat het aangewezen is hiervoor een gematigde en billijke belasting in te vorderen;
Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om een bijdrage te vragen voor de gemeentelijke inzet van middelen bij de behandeling van vergunningsaanvragen en meldingen;
Overwegende dat de tarieven voor de dienst omgeving beperkt worden verhoogd en waarbij bijkomende kosten worden gerecupereerd bij de aanvrager.
Art. 1: De Gemeenteraad keurt het voorstel voor het retributiereglement op het afleveren van administratieve stukken en prestaties goed, hetgeen als integrale bijlage is toegevoegd. Het reglement treedt in werking op 1 maart 2026.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.