De gemeenteraad;
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het huishoudelijk reglement woonwagenpark dat heden tevens wordt aangepast;
Overwegende dat de inrichting en het onderhoud van het woonwagenpark voor het gemeentebestuur kosten met zich meebrengt en het derhalve wenselijk is deze uitgaven deels te recupereren op de gebruikers van de standplaats;
Overwegende dat stad Bree als enige in Limburg tot op heden geen standplaatsvergoeding heeft gevraagd en dat we toch willen streven naar een zo eenvormig mogelijke werkwijze;
Overwegende dat het aangewezen is om te voorzien in één uniform tarief per standplaats en per maand;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
RETRIBUTIEREGLEMENT WOONWAGENPARK
Art. 1.
Met ingang van 1 januari 2024 wordt een retributie geheven op het gebruik van een standplaats op het gemeentelijk woonwagenpark. De definitie van standplaats kan worden teruggevonden in het huishoudelijk reglement woonwagenpark, aangepast door de gemeenteraad op 04/12/2023.
Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld op 50,00 euro per maand en per standplaats.
Art. 2.
De kosten van het verbruik van water, elektriciteit en andere openbare nutsvoorzieningen zijn ten laste van de standplaatsgebruiker en dienen door hem rechtstreeks afgerekend te worden met de betrokken maatschappijen.
Art. 3.
De retributie is verschuldigd vanaf de eerste inname van de standplaats en is te betalen door overschrijving op de bankrekening van de stad Bree vóór de eerste van iedere maand. Bij betaling vermeldt de standplaatshouder zijn naam en de standplaats. Elke begonnen maand wordt voor een volle maand aangerekend.
Art. 4.
Alvorens een door het college van burgemeester en schepenen toegekende standplaats in gebruik kan worden genomen dient de eerste maandelijkse retributie betaald te worden.
Art. 5.
De retributie is verschuldigd door de standplaatsgebruiker. Bij een achterstand van betaling van meer dan drie maanden kan, overeenkomstig hetgeen wordt bepaald in het huishoudelijk reglement woonwagenpark, de toewijzing ambtshalve ingetrokken worden.
Art. 6.
De retributie wordt gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemt overeen met de index van januari 2024. Het bedrag wordt om de drie jaar aangepast aan de consumptieprijsindex van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat volgens de wettelijk voorziene formule.
De eerste aanpassing zal gebeuren in januari 2027.
De bedragen na indexering zullen worden afgerond als volgt: beneden de 50 eurocent naar de lagere euro, vanaf 50 eurocent naar de hogere euro.
Art. 7.
De ‘onbetwiste’ en opeisbare retributie wordt bij niet-betaling ingevorderd conform artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De ‘betwiste’ en opeisbare retributie wordt bij niet-betaling burgerrechtelijk ingevorderd.
Art. 8.
Het reglement wordt bekendgemaakt en treedt in werking overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.