De voorzitter opent de zitting op 21/05/2026 om 21:15.
De notulen van de OCMW-raad van 23 april 2026, opgesteld volgens de richtlijnen van het DLB, worden goedgekeurd.
De OCMW-raad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op artikelen 32, 74, 277 en 278 van het Decreet over het Lokaal Bestuur met betrekking tot de verslaggeving en notulen van de gemeenteraad en OCMW-raad;
Overwegende dat de notulen in chronologische volgorde alle onderwerpen vermelden die de raad besprak, met de beslissingen en het resultaat van de stemming. De goedkeuring door de raad en de ondertekening door de voorzitter en de algemeen directeur verleent het stuk authenticiteit;
Overwegende dat de algemeen directeur verantwoordelijk is voor de opmaak en het bewaren van de notulen en van het zittingsverslag, dat laatste mag via audio-en/of visuele drager gebeuren;
Art. 1: De notulen van de OCMW-raad van 23 april 2026, opgesteld volgens de richtlijnen van het DLB, worden goedgekeurd.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Het zittingsverslag, opgesteld volgens de richtlijnen van het DLB, wordt goedgekeurd.
De OCMW-raad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op artikelen 32, 74, 277 en 278 van het Decreet over het Lokaal Bestuur met betrekking tot de verslaggeving en notulen van de gemeenteraad en OCMW-raad;
Gelet op artikelen 32, 74, 277 en 278 van het Decreet over het Lokaal Bestuur met betrekking tot de verslaggeving en notulen van de gemeenteraad en OCMW-raad;
Overwegende dat volgens de richtlijnen van het Agentschap Binnenlands Bestuur Vlaanderen het schriftelijk zittingsverslag een selectie bevat van wat er is gebeurd tijdens de openbare vergadering. Het vermeldt alle besproken onderwerpen en de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen. De goedkeuring door de raad en de ondertekening door de voorzitter en de algemeen directeur verleent het stuk authenticiteit;
Overwegende dat de algemeen directeur verantwoordelijk is voor de opmaak en het bewaren van de notulen en van het zittingsverslag, dat laatste mag via audio-en/of visuele drager gebeuren;
Art. 1: Het zittingsverslag van de OCMW-raad van 23 april 2026, opgesteld volgens de richtlijnen van het DLB, wordt goedgekeurd.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De raad keurt de aanpassing van de deontologische code voor leden van de OCMW-raad en van het vast bureau goed.
De OCMW-raad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op de nog geldende bepalingen van het Decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 3 april 2009 houdende de uitvoering en inwerkingtreding van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende diverse bepalingen betreffende het personeel, de financiën en de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op het feit dat de OCMW-raad op 15 mei 2025 een deontologische code voor de OCMW-raad aannam;
Gelet op het feit dat de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 februari 2026 een aanpassing deden aan de deontologische code.
Overwegende dat de gemeenteraad en de OCMW-raad op 15 mei 2025 de deontologische code goedgekeurd hebben, dezelfde code werd ook goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau op 19 mei 2025.
Overwegende dat de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 februari 2026 een aanpassing deden aan de deontologische code voor mandatarissen, met name de toevoeging van een nieuw artikel 12 in de code;
Overwegende dat er een klacht werd ingesteld tegen de besluiten van de gemeenteraad en OCMW-raad dd. 26 februari 2026 tot wijziging van art. 12 deontologische code voor mandatarissen;
Overwegende dat de gouverneur de klacht heeft onderzocht en niet is overgegaan tot vernietiging doch slechts een opmerking had over het toepassingsgebied van art. 12;
Overwegende dat met de aanpassing van de deontologische code die nu ter goedkeuring voorligt er tegemoet wordt gekomen aan de opmerking van de gouverneur;
Overwegende dat na de goedkeuring het duidelijk is dat art. 12 enkel van toepassing is op raadsleden die geen uitvoerend mandaat uitoefenen.
Art. 1: De deontologische code d.d. 26 februari 2026 voor leden van de OCMW-raad en van het vast bureau wordt aangepast en door de OCMW-raad goedgekeurd.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de afsprakennota zoals goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen, en het vast bureau dd. 11 mei 2026.
De OCMW-raad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op de nog geldende bepalingen van het Decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 3 april 2009 houdende de uitvoering en inwerkingtreding van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende diverse bepalingen betreffende het personeel, de financiën en de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
Overwegende dat het decreet over het lokaal bestuur in artikel 171, §2 stelt dat ten minste na iedere volledige vernieuwing van de gemeenteraad een afsprakennota moet afgesloten worden door de algemeen directeur, mede namens het managementteam met het college van burgemeester en schepenen, met de burgemeester, met het vast bureau, met de voorzitter van het vast bureau, met het BCSD, met de voorzitter van het BCSD, en dat hieruit volgt dat er minstens drie elementen geregeld moeten worden in de afsprakennota:
- de wijze waarop politici en personeelsleden gaan samenwerken om de beleidsdoelstellingen te realiseren;
- de onderlinge omgangsvormen tussen het politieke bestuur en de administratie;
- de wijze waarop de algemeen directeur de aan hem gedelegeerde bevoegdheden, door het college/vast bureau, uitoefent.
Overwegende dat de afsprakennota werd goedgekeurd in de gemeenteraad en de OCMW-raad van 15 mei 2025;
Overwegende dat de afsprakennota werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen, en het vast bureau van 19 mei 2025;
Overwegende dat er een klacht werd ingesteld tegen de besluiten van de gemeenteraad en OCMW-raad dd. 26 februari 2026 tot wijziging van art. 12 deontologische code voor mandatarissen;
Overwegende dat de gouverneur de klacht heeft onderzocht en niet is overgegaan tot vernietiging doch een opmerking had over het toepassingsgebied van de afsprakennota;
Overwegende dat tegemoet gekomen wordt aan de opmerking van de gouverneur aan de hand van een wijziging waarbij verduidelijkt wordt dat de afsprakennota niet van toepassing is op raadsleden maar uitsluitend op uitvoerende mandatarissen;
Overwegende dat het hierdoor niet langer nodig is om de afsprakennota ter goedkeuring voor te leggen aan de raden doch louter een kennisname volstaat;
Overwegende dat de wijziging van de afsprakennota werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen, en het vast bureau dd. 11 mei 2026.
Art. 1: De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de afsprakennota zoals goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen, en het vast bureau dd. 11 mei 2026.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De raad dient de beslissingen die vallen onder het begrip "dagelijks bestuur" en die gedelegeerd worden naar het Vast Bureau, vast te stellen.
De OCMW-raad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
De recentste versie van de vaststelling van het begrip 'dagelijks bestuur' dateert van 3 juni 2019. Intussen wijzigden de drempels in het kader van de wetgeving overheidsopdrachten. Hierdoor dringt een actualisering van het bestaande reglement zich op.
Het bestuur kiest voor een bevoegdheidsverdeling die voor dossiers een vlottere verwerking mogelijk moet maken met name voor investeringen: 60.000 euro excl. BTW als drempel voor de bevoegdheidsverdeling tussen de OCMW-raad en het vast bureau.
Overwegende dat, overeenkomstig art. 41, tweede lid, 8° DLB, de OCMW-raad exclusief bevoegd is om vast te stellen wat er onder het begrip “dagelijks bestuur” dient te worden verstaan;
Overwegende dat het vast bureau conform artikel 41, tweede lid, 10°, a DLB en art. 56 §3, 5° DLB bevoegd is voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht, wanneer de opdracht past binnen het begrip dagelijks bestuur;
Overwegende dat het omschrijven van het begrip dagelijks bestuur en de delegatie aan het vast bureau van het dagelijks bestuur noodzakelijk is om de bevoegdheidsverdeling tussen de raad en het vast bureau duidelijk af te lijnen en een betere en efficiëntere werking van het bestuur en de administratie te verwezenlijken;
Overwegende dat de bevoegdheidsverdeling die hieruit voortvloeit ertoe strekt de efficiëntie en de slagkracht van het bestuur te versterken en de OCMW-raad de mogelijkheid biedt om zich maximaal te kunnen toespitsen op de strategische, beleidsbepalende beslissingen;
Overwegende dat het in kader van administratieve vereenvoudiging en snellere procedureafhandeling, aangewezen is om het drempelbedrag van de opdrachten die onder het begrip dagelijks bestuur kunnen vallen, op te trekken tot 60.000,00 euro excl. BTW voor investeringen;
Overwegende dat het vast bureau, in uitvoering van het decreet lokaal bestuur, art. 56 § 3, 4°, 5° bevoegd is voor
– Het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten;
– De vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden voor overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip ‘dagelijks bestuur’;
– De vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als de opdracht nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen en de gemeenteraad de wijze van gunning en de voorwaarden niet zelf heeft vastgesteld.
Overwegende dat de OCMW-raad voor grotere investeringsopdrachten (> 60.000 euro excl. btw) haar bevoegdheid behoudt, hetzij door deze opdrachten nominatief in het budget op te nemen, hetzij door zelf de wijze van gunning en de voorwaarden voor die opdrachten vast te stellen;
Overwegende dat het begrip dagelijks bestuur echter niet alleen benaderd dient te worden vanuit het gegeven overheidsopdrachten en het begrip dan ook ruimer kan worden ingevuld;
Overwegende dat in het kader van een optimale thesauriepositie van het bestuur, de noodwendigheid kan bestaan om snel een thesaurievoorschot op te nemen of kasfaciliteit aan te gaan;
Overwegende dat de invulling van het begrip dagelijks bestuur niet noodzakelijk een definitieve keuze is, aangezien de OCMW-raad steeds de mogelijkheid heeft om haar beslissing desgevallend bij te sturen;
Gelet op het resultaat van de stemming:
Art. 1: De definiëring van het begrip ‘dagelijks bestuur’, zoals opgenomen in artikel 41, 8° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt als volgt vastgesteld:
Art. 2: Het Vast Bureau is conform artikel 56, §3,5° van het decreet lokaal bestuur bevoegd voor de vaststelling van de wijze van gunnen en de voorwaarden van deze overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur zoals hierboven aangehaald in art. 1.
Art. 3: Dit besluit treedt in werking vanaf heden en heft het besluit van 3 juni 2019 op.
Art. 4: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Goedkeuring kaderovereenkomst Veilig Huis Limburg, de engagementsverklaring Veilig Huis Limburg en de subsidieovereenkomst met lokale besturen voor de cofinanciering van casusondersteuning Veilig Huis Limburg;
De OCMW-raad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op de nog geldende bepalingen van het Decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 3 april 2009 houdende de uitvoering en inwerkingtreding van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende diverse bepalingen betreffende het personeel, de financiën en de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op het decreet tot oprichting en regeling van de Veilige Huizen van 27 maart 2023;
In 2017 is op initiatief van stad/OCMW Hasselt en stad/OCMW Genk het Limburgs Family Justice Center (FJC) van start gegaan op de Welzijnscampus in Genk.
Het Family Justice Center is gestart vanuit een cliëntcentrale en gezinsgerichte aanpak in dossiers van intrafamiliaal geweld, waarbij nauwer, efficiënter en sneller wordt (samen)gewerkt tussen politie, justitie en hulpverlening. Sinds 18 april 2024 is het decreet tot oprichting en regeling van de Veilige Huizen in werking getreden. Dit vormt de nieuwe wettelijke basis voor intersectorale informatiedeling en casusoverleg, alsook de verwerking van persoonsgegevens. Met de inwerkingtreding van het decreet en de uitrol van de Veilige Huizen in Vlaanderen streeft het Vlaams beleid naar een uniforme uitrol.
Het Veilig Huis Limburg is een regionale niet-hiërarchische netwerkorganisatie die bestaat uit een multidisciplinair team van professionals. Het Veilig Huis Limburg bundelt de expertise van de verschillende diensten rond intrafamiliaal geweld om zo deze maatschappelijke problematiek op een duurzame, gecoördineerde en doeltreffende manier aan te pakken.
De netwerkorganisatie bestaat uit een aantal kernpartners. De individuele engagementen van de kernpartners m.b.t. taken en verantwoordelijkheden en eventuele financiering in het kader van het Veilig Huis Limburg worden vastgelegd in een engagementsverklaring, die ondertekend wordt door de kernpartners.
De kernpartners van het Veilig Huis Limburg zijn:
• Vertrouwenscentra Kindermishandeling;
• Centra Algemeen Welzijnswerk;
• Agentschap Opgroeien;
• Vertegenwoordigers uit de regionale netwerken geestelijke gezondheidszorg (o.a. Integra vzw);
• Justitiehuis Limburg;
• Lokale politie;
• Parket Limburg;
• Lokale besturen.
Geweld is een gelaagd begrip en omvat vele vormen (fysiek, psychisch, seksueel, economisch). Intrafamilaal geweld komt als onderdeel van geweldsdelicten sterk naar voren. Het fenomeen overstijgt de gemeentegrens. In 2024 registreerde de Belgische politie 50.469 aangiftes van intrafamiliaal geweld. Dit zijn enkel de gekende feiten, terwijl onderzoek aantoont dat intrafamiliaal geweld een sterk onder gerapporteerd fenomeen is. Volgens een onderzoek van o.a. Statistiek Vlaanderen was 1 op 3 vrouwen in België ooit slachtoffer van intiem partnergeweld (Gendergerelateerd geweld in België Kerncijfers van de Europese enquête over geweld tegen vrouwen en andere vormen van interpersoonlijk geweld (EU-GBV, 2021-202) ).
Investeren in een ketenaanpak is belangrijk omdat het probleem complex, hardnekkig en multidimensioneel is. Het gaat vaak om structureel en herhaald geweld (fysiek, psychisch, seksueel, economisch). Zonder gecoördineerde aanpak blijven slachtoffers onveilig en herhaalt het geweld zich. Intrafamiliaal geweld heeft een grote maatschappelijke impact op het slachtoffer en zijn of haar omgeving. Het gaat over gezondheid, gezin en kinderen, huisvesting en sociale hulp, justitie, enzovoort. Een ketenaanpak zorgt voor betere bescherming van de slachtoffers, beoogt effectiever werken met plegers en zorgt voor doorlopende begeleiding, zonder afhaakmomenten. Het doel is escalaties en crisissituaties voorkomen, zware hulpverlening vermijden en de maatschappelijke kost beperken.
De middelen worden voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 in MJP000779.
Lokale besturen stellen professionals ter beschikking van het Veilig Huis Limburg a rato van 1VTE maatschappelijk assistent per 50.000 inwoners. We treden toe tot Veilig Huis Limburg vanuit een samenwerkingsverband met de 8 lokale besturen van politiezone CARMA. De engagementsverklaring Veilig Huis Limburg organiseert de financiële inspanningen waartoe stad Bree en OCMW Bree zich verbinden. Deze subsidieovereenkomst organiseert de cofinanciering van personeelsinzet m.b.t.
casusondersteuning (3VTE) en intensieve casusregie (0.5 VTE).
De subsidieovereenkomst bevat een verdeelsleutel (50 % inwonersaantal / 50 % dossierlast) volgens
de welke de kost wordt verdeeld:
Art. 1: De OCMW-Raad gaat akkoord met de kaderovereenkomst Veilig Huis Limburg, met de engagementsverklaring Veilig Huis Limburg en met de subsidieovereenkomst met lokale besturen voor de cofinanciering van casusondersteuning Veilig Huis Limburg;
Art. 2: Er zal een ondertekend exemplaar van de overeenkomsten bezorgd worden aan de strategisch coördinator van Veilig Huis Limburg.
Art. 3: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De OCMW-raad beslist om toe te treden tot Opdrachtencentrale vzw.
De OCMW-raad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Opdrachtencentrale vzw heeft verschillende raamovereenkomsten lopende die interessant voor ons zijn. Als lid van Opdrachtencentrale vzw kunnen we gebruik maken van deze raamovereenkomsten zonder verplichting tot deelname of afname.
Overwegende dat het OCMW Bree wenst toe te treden tot Opdrachtencentrale vzw;
Overwegende dat het lidmaatschap geheel gratis is en er geen enkele verplichting ontstaat om deel te nemen aan de opdrachten die door Opdrachtencentrale vzw in de markt worden geplaatst;
Art. 1: De OCMW-raad beslist om toe te treden tot Opdrachtencentrale vzw.
Art. 2: Het vast bureau wordt belast met de uitvoering.
De agendapunten van de Algemene vergadering van de Welzijnsregio van 16 juni 2026, zoals opgenomen in de uitnodiging van 7 mei 2026, worden op basis van de bekomen documenten goedgekeurd.
De OCMW-raad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op de nog geldende bepalingen van het Decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 3 april 2009 houdende de uitvoering en inwerkingtreding van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende diverse bepalingen betreffende het personeel, de financiën en de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op de uitnodiging voor de Algemene Vergadering per mail d.d. 7 mei 2026 van de Welzijnsregio ,
Overwegende dat de volgende agendapunten zullen behandeld worden tijdens de algemene vergadering:
Overwegende dat de voorbereidende documenten in bijlage toegevoegd werden.
Art. 1: De agendapunten van de Algemene vergadering van de Welzijnsregio van 16 juni 2026, zoals opgenomen in de uitnodiging van 7 mei 2026, worden op basis van de bekomen documenten goedgekeurd.
Art. 2: De stemgerechtigd vertegenwoordiger, Edith Vanaken, wordt gemandateerd om op de Algemene Vergadering van de Welzijnsregio van 16 juni 2026 te handelen en te beslissen conform dit besluit.
Art. 3: De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De OCMW-raad keurt de samenwerking met Integra voor begeleiding van personen met een verslavingsproblematiekgoed met ingang van 01/01/2026.
De OCMW-raad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op de nog geldende bepalingen van het Decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Integra is een ambulante GGZ-voorziening in Limburg en biedt een preventie- en zorgaanbod rond geestelijke gezondheidsthema’s, inclusief middelenmisbruik, verslaving, gokken en gamen, psychosociale revalidatie, mentale beperking en forensische zorg, en dit zowel voor kinderen, volwassenen en ouderen.
Integra is sinds 2023 een fusie van zorGGroep Zin (voorheen CAD Limburg en VGGZ), het centrum voor geestelijke gezondheidszorg DAGG en het centrum voor psychosociale revalidatie Validag.
In het kader van de middelenproblematiek had CAD Limburg voor haar toegankelijk preventie – en ambulant verslavingszorg-aanbod reeds jaren een samenwerkingsovereenkomst met alle Limburgse Lokale besturen, die binnen de nieuwe organisatie Integra wordt gecontinueerd.
Overwegende dat Integra de enige aanbieder is met een specifiek aanbod voor deze doelgroep;
Overwegende de stijging van het aantal cliënten binnen de doelgroep van personen met een verslavingsproblematiek;
De overeenkomst wordt met het OCMW afgesloten in het kader van art.61 van de organieke wet van 08.07.1976 betreffende de OCMW's. Het gemeentebestuur/OCMW verbindt zich er toe proportioneel bij te dragen in de werkelijke kosten die het gevolg zijn van de vermelde opdrachten. Dit tot een maximum van 0,6649 € /inwoner, jaarlijks indexeerbaar op basis van de gezondheidsindex. Jaarlijks voorziet het stadsbestuur hiervoor de nodige fondsen in de begroting.
Dit werd reeds opgenomen in de begroting onder MJP000735.
Art. 1: De OCMW-raad keurt de samenwerking met Integra goed met ingang van 01/01/2026.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De voorzitter sluit de zitting op 21/05/2026 om 21:20.
Namens OCMW raad,
Stefan Goclon
Algemeen directeur
Veerle Damiaans
Voorzitter