De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;
Gelet op de Europese Kaderrichtlijn Water van 22 december 2000 welke tot doel stelt om de watervoorraden, de waterbeheersing en de kwaliteit van de leefomgeving tegen 2015 veilig te stellen;
Gelet op het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en latere wijzigingen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende de vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM I) en latere wijzigingen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende het algemeen waterverkoopreglement en latere wijzigingen
Gelet op het Ministerieel besluit van 20 maart 2023 betreffende de keuring van de binnen-installatie en de privéwaterafvoer;
Gelet op het ministerieel Besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen;
Overwegende dat een optimale afkoppeling van het afvalwater en het hemelwater, afkomstig van dakvlakken en grondvlakken, voor bestaande gebouwen verplicht is op het ogenblik dat een gescheiden riolering wordt aangelegd of heraangelegd, of zoals bepaald in het gebiedsdekkend uitvoeringsplan (GUP);
Overwegende dat in het kader van de subsidiëring van de gemeentelijke rioleringen de afkoppeling van het hemelwater van private gebouwen een vereiste is om als gemeentebestuur in aanmerking te komen voor subsidies;
Overwegende dat de afkoppeling van het hemelwater een eerste stap is om infiltratie, buffering en hergebruik van hemelwater op particulier domein te realiseren en op deze wijze het risico op overstromingen in lager gelegen gebieden beperkter wordt;
Overwegende dat afkoppeling van het hemelwater voorkomt dat rioleringsstelsels onnodig worden belast en overstorten minder in werking treden;
Overwegend dat de aanvoer van niet-vervuild hemelwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties zoveel mogelijk moet beperkt worden om deze installaties naar behoren te laten werken;
Overwegende dat voor nieuwbouw en voor grote verbouwingen met stedenbouwkundige of omgevings vergunning de afkoppeling van hemelwater en afvalwater, alsook infiltratie wordt opgelegd in de vergunningen en dat deze voorwaarden evenwel niet altijd gerealiseerd worden in overeenstemming met de vergunning;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse regering van 10 februari 2023 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater;
Overwegende dat frequent wordt vastgesteld dat nieuwe rioolaansluitingen niet conform voormeld algemeen reglement rioolaansluitingen worden aangevraagd bij de rioolbeheerder en dat de vigerende wetgeving m.b.t. de keuring van de privéwaterafvoer nauwelijks wordt nageleefd;
Overwegende dat het niet verantwoord is dat de overheid investeert in een (duur) gescheiden rioleringsstelsel en zuiveringsinfrastructuur, zonder dat er garanties worden ingebouwd dat de burger op een correcte wijze z’n privéwaterafvoer(en) aansluit op de openbare infrastructuur;
Overwegende dat we vaststellen dat er nog steeds nieuwe of gewijzigde huisaansluiting op illegale wijze gebeuren; dat dus nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen niet worden aangevraagd bij de rioolbeheerder maar eigenhandig (zelf of door een aannemer) worden gerealiseerd;
Overwegend dat de eigenaars van een pand waarvan wordt vastgesteld dat:
onmiddellijk de aansluitingskost en eventuele bijkomende kosten voor controle, herstel- en aanpassingswerken betalen aan de rioolbeheerder;
Overwegende dat de gemeente verantwoordelijk is voor het toezicht en naleving van de gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwater (GSVH);
Overwegende dat er daarom nood is aan een structureel opvolgingssysteem in de vorm van een databank waarbij alle verleende stedenbouwkundige vergunningen, alsook alle rioolaansluitingen en keuringen zijn opgenomen;
Overwegende dat Vlario een dergelijke databank (KPR) heeft ontwikkeld; dat Vlario op het vlak van riolering een kenniscentrum is en alle actoren ondersteunt in hun streven naar kwaliteit en benadrukt op alle niveaus de noodzaak van duurzame investeringen in het beheer van hemel- en afvalwater; dat het gebruik van de databank KPR een structurele opvolging mogelijk maakt van alle keuringsattesten; dat de gemeente op basis van de stedenbouwkundige vergunning een dossier aanmaakt; dat daarna de aanvraag voor rioolaansluiting en het keuringsattest moet worden toegevoegd; dat op die manier ook sluikaansluitingen kunnen worden getraceerd;
Overwegende dat de desbetreffende burgers voldoende kansen krijgen om tot een conform keuringsattest te komen, doch dat voor deze welke na 2 aanmaningen nog steeds in gebreke blijven door de rioolbeheerder een dossier wordt overgemaakt aan de handhavingsinstantie, zijnde de gemeente;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Artikel 1
Met ingang van 01 januari 2026 en dit voor een termijn van zes jaar eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven op het ontbreken van een verplicht conform keuringsattest voor de private riolering, op het illegaal aansluiten op de openbare riolering en het niet tijdig plaatsen van een IBA.
Artikel 2
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het gebouw, waarvoor op 1 januari van het aanslagjaar wordt vastgesteld dat:
Artikel 3 - Belastingplichtige
§1. De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is van het belastbaar goed.
§2. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of van vruchtgebruik bestaat, is respectievelijk de opstalgever, de erfpachtgever en naakte eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
§3. Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.
Artikel 4 - Procedure
§1.De overtreder zal alvorens hij belast wordt schriftelijk gevraagd worden om zich binnen een redelijke termijn van 3 maanden in orde te stellen met de toepasselijke wetgeving en opgelegde voorwaarden.
§2. Een door de gemeente gemachtigd ambtenaar stelt per 1 januari van elk aanslagjaar het volgende vast, nadat de termijn van 3 maanden waarvan sprake in §1 verstreken is:
De belasting wordt als volgt berekend:
De belasting wordt berekend a rato van het aantal maanden dat de belastingplichtige niet in overeenstemming is/was.
Deze belasting geldt onverminderd de kosten die worden aangerekend voor de keuring, controle, aanpassingswerken en eventuele aansluitingsvergoedingen.
§2. Indien de controle wordt geweigerd door de betrokken eigenaar, wordt er vanuit gegaan dat de eigenaar niet in orde is met onderhavig reglement en wordt de belasting geheven.
§3. De belasting blijft verschuldigd zolang de eigenaar geen conform keuringsattest bezorgt aan het gemeentebestuur.
Artikel 5 - Vrijstellingen
§1. Aanvraag vrijstelling
De aanvraag voor vrijstelling van de belasting moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen 30 dagen vanaf de verzending van het aanslagbiljet, via beveiligde zending.
De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hierna in dit reglement beschreven, dient hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
§2. Vrijstelling voor een nieuwe eigenaar zoals bedoeld in art.3.
De nieuwe eigenaar, die op 1 januari minder dan één jaar eigenaar is, wordt vrijgesteld van de belasting. Deze vrijstelling geldt voor één belastingjaar volgend op de datum van de notariële akte.
§3. Vrijstelling voor gebouwen volledig gelegen binnen een onteigeningsplan
De eigenaar, zoals bedoeld in art.3. van woningen en/of gebouwen die op 1 januari van het belastingjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid.
Artikel 6 - Inning
De belasting wordt jaarlijks ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De kohierbelasting moet worden betaald binnen een periode van 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7 - Bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger.
Artikel 8
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt conform het decreet lokaal bestuur.
Een eensluidend afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan de rioolbeheerder Fluvius, de VMM en Vlario.