De gemeenteraad;
Gelet op artikel 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet;
Gelet op artikel 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen van 10 april 1992, en latere wijzigingen;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op de Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.
Overwegende dat de financiële toestand van de gemeente de invoering vergt van alle rendabele belastingen;
Gelet dat het gerechtvaardigd is om een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente;
Overwegende dat persoonsgegevens op een veilige en zorgvuldige wijze worden verwerkt, met inachtneming van de geldende privacywetgeving (AVG/GDPR);
Gelet op artikel 465 tot en met 470 van het Wetboek van Inkomstenbelasting houdende aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting van de Staat;
Art. 1: Er wordt voor het dienstjaar 2026 tot en met het dienstjaar 2031 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het betreffende dienstjaar.
Art. 2: De belasting wordt vastgesteld op 8% van het volgens artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992 berekende gedeelte van de personenbelasting die aan het rijk verschuldigd is voor hetzelfde dienstjaar. Het dienstjaar is hetzelfde als het aanslagjaar volgens de terminologie die gebruikt wordt in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het dienstjaar voorgaande jaar.
Art. 3: De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het bestuur van de directe belasting geschieden overeenkomstig de bepalingen vervat in artikel 469 e.v. van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Art. 4: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.