De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op art. 170 en 173 van de Grondwet;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Gelet op de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer en latere wijzigingen;
Gelet op de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen.
Overwegende dat bij het opleggen van een administratieve geldboete in het kader van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS 4), en bij beperkte snelheidsovertredingen zoals voorzien in artikel 29quater van de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (GAS 5), de stad diverse administratieve prestaties moet verrichten, waaronder opmaak en afgifte van administratieve stukken, opzoekingen, verificaties, verwerking, opvolging en inning;
Overwegende dat deze administratieve prestaties personeels- en softwarekosten met zich meebrengen;
Overwegende dat het billijk is dat de overtreders verantwoordelijk worden gesteld voor deze werkingskosten, zodat deze lasten niet door de gehele gemeenschap moeten worden gedragen;
Overwegende dat de voorgestelde belasting geen bijkomende sanctie inhoudt, maar een administratieve toeslag die dient om de werkingskosten van de stad (gedeeltelijk) te recupereren;
Overwegende dat de kennisgeving van de GAS-boete tevens de kennisgeving van de contantbelasting zal omvatten, waarbij op de betalingsuitnodiging uitdrukkelijk wordt vermeld dat het gaat om enerzijds een GAS-boete en anderzijds een belasting op administratieve prestaties, en waarbij eveneens de wijze van bezwaar tegen de belastingcomponent wordt vermeld;
Overwegende dat het basisbedrag van de administratieve toeslag aansluit bij het bedrag zoals bepaald in artikel 65, §1, tweede lid van de Wet betreffende de politie over het wegverkeer (€ 10,42 voor het jaar 2025), en dat dit bedrag jaarlijks op 1 januari wordt geïndexeerd volgens de evolutie van de consumptieprijsindex, met als referentie de index van november 2024;
Overwegende dat betalingen van overtreders eerst worden toegerekend op de administratieve toeslag en pas nadien op de GAS-boete;
Overwegende dat het belastingreglement van toepassing zal zijn voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 en in werking treedt op 1 januari 2026.
Art. 1: De gemeenteraad keurt het belastingreglement op administratieve prestaties in het kader van GAS-boetes voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 goed. Het belastingreglement wordt vastgesteld zoals toegevoegd in bijlage bij dit besluit en maakt integraal deel uit van dit besluit.
Art. 2: Dit belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art. 3: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.