De gemeenteraad;
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Overwegende dat het noodzakelijk is om een duidelijk, transparant en uniform retributiereglement vast te stellen voor de vergunningen en bestuurderspassen inzake individueel bezoldigd personenvervoer;
Overwegende dat het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer en het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2019 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer voorzien in de mogelijkheid tot het heffen van retributies;
Overwegende dat vanaf 1 januari 2026 nieuwe decretale tarieven voor de jaarlijkse retributie op vergunningen en de eenmalige retributie op bestuurderspassen van kracht worden;
Overwegende dat het aangewezen is om een gemeentelijk reglement vast te stellen dat deze decretale bepalingen omzet in lokale uitvoeringsregels, waaronder de betalingsmodaliteiten, het toepassingsgebied en de bezwaarprocedure;
Overwegende dat het retributiereglement bijdraagt aan een correcte administratieve verwerkingen een evenwichtige financiering van de dienstverlening verbonden aan de vergunningverlening en controle.
Art. 1: De gemeenteraad keurt het Retributiereglement inzake vergunningen en bestuurderspassen voor individueel bezoldigd personenvervoer, zoals gevoegd in bijlage en integraal deel uitmakend van dit besluit, goed. Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing