De voorzitter opent de zitting op 21/05/2026 om 20:00.
De notulen opgesteld volgens de richtlijnen van het DLB, worden goedgekeurd.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op artikelen 32, 74, 277 en 278 van het Decreet over het Lokaal Bestuur met betrekking tot de verslaggeving en notulen van de gemeenteraad en OCMW-raad;
Overwegende dat de notulen in chronologische volgorde alle onderwerpen vermelden die de raad besprak, met de beslissingen en het resultaat van de stemming. De goedkeuring door de raad en de ondertekening door de voorzitter en de algemeen directeur verleent het stuk authenticiteit;
Overwegende dat de algemeen directeur verantwoordelijk is voor de opmaak en het bewaren van de notulen en van het zittingsverslag, dat laatste mag via audio-en/of visuele drager gebeuren;
Art. 1: De notulen van de gemeenteraad van 23 april 2026, opgesteld volgens de richtlijnen van het DLB, worden goedgekeurd.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Het zittingsverslag opgesteld volgens de richtlijnen van het DLB, wordt goedgekeurd.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op artikelen 32, 74, 277 en 278 van het Decreet over het Lokaal Bestuur met betrekking tot de verslaggeving en notulen van de gemeenteraad en OCMW-raad;
Overwegende dat volgens de richtlijnen van het Agentschap Binnenlands Bestuur Vlaanderen het schriftelijk zittingsverslag een selectie bevat van wat er is gebeurd tijdens de openbare vergadering. Het vermeldt alle besproken onderwerpen en de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen. De goedkeuring door de raad en de ondertekening door de voorzitter en de algemeen directeur verleent het stuk authenticiteit;
Overwegende dat de algemeen directeur verantwoordelijk is voor de opmaak en het bewaren van de notulen en van het zittingsverslag, dat laatste mag via audio-en/of visuele drager gebeuren;
Art. 1: Het zittingsverslag van de gemeenteraad van 23 april 2026, opgesteld volgens de richtlijnen van het DLB, wordt goedgekeurd.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De raad neemt kennis van de beslissing van Agentschap Binnenlands Bestuur inzake 'Klacht tegen de besluiten van de gemeenteraad en OCMW-raad dd. 26 februari 2026 tot wijziging van art. 12 deontologische code voor mandatarissen'.
De gemeenteraad;
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Overwegende dat de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 februari 2026 een aanpassing deden aan de deontologische code voor mandatarissen, met name de toevoeging van een nieuw artikel 12 in de code;
Overwegende dat er een klacht werd ingesteld tegen de besluiten van de gemeenteraad en OCMW-raad dd. 26 februari 2026 tot wijziging van art. 12 deontologische code voor mandatarissen;
Overwegende dat de gouverneur de klacht heeft onderzocht en niet is overgegaan tot vernietiging.
Art. 1: De raad neemt kennis van de beslissing van Agentschap Binnenlands Bestuur inzake 'Klacht tegen de besluiten van de gemeenteraad en OCMW-raad dd. 26 februari 2026 tot wijziging van art. 12 deontologische code voor mandatarissen'.
De raad keurt de aangepaste deontologische code mandatarissen goed.
De gemeenteraad;
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het feit dat de gemeenteraad op 15 mei 2025 een deontologische code voor de gemeenteraad aannam, deze code is ook van toepassing voor leden van het college van burgemeester en schepenen;
Gelet op het feit dat de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 februari 2026 een aanpassing deden aan de deontologische code.
Overwegende dat de gemeenteraad en de OCMW-raad op 15 mei 2025 de deontologische code goedgekeurd hebben, dezelfde code werd ook goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau op 19 mei 2025.
Overwegende dat de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 februari 2026 een aanpassing deden aan de deontologische code voor mandatarissen, met name de toevoeging van een nieuw artikel 12 in de code;
Overwegende dat er een klacht werd ingesteld tegen de besluiten van de gemeenteraad en OCMW-raad dd. 26 februari 2026 tot wijziging van art. 12 deontologische code voor mandatarissen;
Overwegende dat de gouverneur de klacht heeft onderzocht en niet is overgegaan tot vernietiging doch slechts een opmerking had over het toepassingsgebied van art. 12;
Overwegende dat met de aanpassing van de deontologische code die nu ter goedkeuring voorligt er tegemoet wordt gekomen aan de opmerking van de gouverneur;
Overwegende dat na de goedkeuring het duidelijk is dat art. 12 enkel van toepassing is op raadsleden die geen uitvoerend mandaat uitoefenen.
Art. 1: De deontologische code d.d. 26 februari 2026 voor leden van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen wordt aangepast en door de gemeenteraad goedgekeurd.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De gemeenteraad neemt kennis van de afsprakennota zoals goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen, en het vast bureau dd. 11 mei 2026.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Overwegende dat het decreet over het lokaal bestuur in artikel 171, §2 stelt dat ten minste na iedere volledige vernieuwing van de gemeenteraad een afsprakennota moet afgesloten worden door de algemeen directeur, mede namens het managementteam met het college van burgemeester en schepenen, met de burgemeester, met het vast bureau, met de voorzitter van het vast bureau, met het BCSD, met de voorzitter van het BCSD, en dat hieruit volgt dat er minstens drie elementen geregeld moeten worden in de afsprakennota:
- de wijze waarop politici en personeelsleden gaan samenwerken om de beleidsdoelstellingen te realiseren;
- de onderlinge omgangsvormen tussen het politieke bestuur en de administratie;
- de wijze waarop de algemeen directeur de aan hem gedelegeerde bevoegdheden, door het college/vast bureau, uitoefent.
Overwegende dat de afsprakennota werd goedgekeurd in de gemeenteraad en de OCMW-raad van 15 mei 2025;
Overwegende dat de afsprakennota werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen, en het vast bureau van 19 mei 2025;
Overwegende dat er een klacht werd ingesteld tegen de besluiten van de gemeenteraad en OCMW-raad dd. 26 februari 2026 tot wijziging van art. 12 deontologische code voor mandatarissen;
Overwegende dat de gouverneur de klacht heeft onderzocht en niet is overgegaan tot vernietiging doch een opmerking had over het toepassingsgebied van de afsprakennota;
Overwegende dat tegemoet gekomen wordt aan de opmerking van de gouverneur aan de hand van een wijziging waarbij verduidelijkt wordt dat de afsprakennota niet van toepassing is op raadsleden maar uitsluitend op uitvoerende mandatarissen;
Overwegende dat het hierdoor niet langer nodig is om de afsprakennota ter goedkeuring voor te leggen aan de raden doch louter een kennisname volstaat;
Overwegende dat de wijziging van de afsprakennota werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen, en het vast bureau dd. 11 mei 2026.
Art. 1: De gemeenteraad neemt kennis van de afsprakennota zoals goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen, en het vast bureau dd. 11 mei 2026.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De raad dient de beslissingen die vallen onder het begrip "dagelijks bestuur" en die gedelegeerd worden naar het College van Burgemeester en Schepenen, vast te stellen.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
De recentste versie van de vaststelling van het begrip 'dagelijks bestuur' dateert van 3 juni 2019. Intussen wijzigden de drempels in het kader van de wetgeving overheidsopdrachten. Hierdoor dringt een actualisering van het bestaande reglement zich op.
Het stadsbestuur van Bree kiest voor een bevoegdheidsverdeling die voor dossiers een vlottere verwerking mogelijk moet maken met name voor investeringen: 60.000 euro excl. BTW als drempel voor de bevoegdheidsverdeling tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen.
Overwegende dat, overeenkomstig art. 41, tweede lid, 8° DLB, de gemeenteraad exclusief bevoegd is om vast te stellen wat er onder het begrip “dagelijks bestuur” dient te worden verstaan;
Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen conform artikel 41, tweede lid, 10°, a DLB en art. 56 §3, 5° DLB bevoegd is voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht, wanneer de opdracht past binnen het begrip dagelijks bestuur;
Overwegende dat het omschrijven van het begrip dagelijks bestuur en de delegatie aan het college van burgemeester en schepenen van het dagelijks bestuur noodzakelijk is om de bevoegdheidsverdeling tussen de gemeenteraad en het college duidelijk af te lijnen en een betere en efficiëntere werking van het bestuur en de administratie te verwezenlijken;
Overwegende dat de bevoegdheidsverdeling die hieruit voortvloeit ertoe strekt de efficiëntie en de slagkracht van het bestuur te versterken en de gemeenteraad de mogelijkheid biedt om zich maximaal te kunnen toespitsen op de strategische, beleidsbepalende beslissingen;
Overwegende dat het in kader van administratieve vereenvoudiging en snellere procedureafhandeling, aangewezen is om het drempelbedrag van de opdrachten die onder het begrip dagelijks bestuur kunnen vallen, op te trekken tot 60.000,00 euro excl. BTW voor investeringen;
Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen, in uitvoering van het decreet lokaal bestuur, art. 56 § 3, 4°, 5° bevoegd is voor
– Het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten;
– De vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden voor overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip ‘dagelijks bestuur’;
– De vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als de opdracht nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen en de gemeenteraad de wijze van gunning en de voorwaarden niet zelf heeft vastgesteld.
Overwegende dat de gemeenteraad voor grotere investeringsopdrachten (> 60.000 euro excl. btw) haar bevoegdheid behoudt, hetzij door deze opdrachten nominatief in het budget op te nemen, hetzij door zelf de wijze van gunning en de voorwaarden voor die opdrachten vast te stellen;
Overwegende dat het begrip dagelijks bestuur echter niet alleen benaderd dient te worden vanuit het gegeven overheidsopdrachten en het begrip dan ook ruimer kan worden ingevuld;
Overwegende dat in het kader van een optimale thesauriepositie van het bestuur, de noodwendigheid kan bestaan om snel een thesaurievoorschot op te nemen of kasfaciliteit aan te gaan;
Overwegende dat de invulling van het begrip dagelijks bestuur niet noodzakelijk een definitieve keuze is, aangezien de gemeenteraad steeds de mogelijkheid heeft om haar beslissing desgevallend bij te sturen;
Overwegende dat de gemeenteraad overeenkomstig art. 3 en 5 van het decreet van 16 mei 2008 de bevoegdheid om aanvullende reglementen op het wegverkeer op gemeentewegen vast te stellen kan toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen;
Dat het aangewezen is om deze bevoegdheid te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen teneinde efficiënter te kunnen inspelen op wijzigende verkeersomstandigheden;
Gelet op het resultaat van de stemming:
Art. 1: De definiëring van het begrip ‘dagelijks bestuur’, zoals opgenomen in artikel 41, 8° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt als volgt vastgesteld:
Art. 2: Het college van burgemeester en schepenen is conform artikel 56, §3,5° van het decreet lokaal bestuur bevoegd voor de vaststelling van de wijze van gunnen en de voorwaarden van deze overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur zoals hierboven aangehaald in art. 1.
Art. 3: De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid om volgende aanvullende reglementen op het wegverkeer vast te stellen op de gemeentewegen/gewestwegen aan het college van burgemeester en schepenen.:
Art. 4: Dit besluit treedt in werking vanaf heden en heft het besluit van 3 juni 2019 op.
Art. 5: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Goedkeuring kaderovereenkomst Veilig Huis Limburg, de engagementsverklaring Veilig Huis Limburg en de subsidieovereenkomst met lokale besturen voor de cofinanciering van casusondersteuning Veilig Huis Limburg;
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976, zoals tot op heden gewijzigd;
Gelet op het decreet tot oprichting en regeling van de Veilige Huizen van 27 maart 2023;
In 2017 is op initiatief van stad/OCMW Hasselt en stad/OCMW Genk het Limburgs Family Justice Center (FJC) van start gegaan op de Welzijnscampus in Genk.
Het Family Justice Center is gestart vanuit een cliëntcentrale en gezinsgerichte aanpak in dossiers van intrafamiliaal geweld, waarbij nauwer, efficiënter en sneller wordt (samen)gewerkt tussen politie, justitie en hulpverlening. Sinds 18 april 2024 is het decreet tot oprichting en regeling van de Veilige Huizen in werking getreden. Dit vormt de nieuwe wettelijke basis voor intersectorale informatiedeling en casusoverleg, alsook de verwerking van persoonsgegevens. Met de inwerkingtreding van het decreet en de uitrol van de Veilige Huizen in Vlaanderen streeft het Vlaams beleid naar een uniforme uitrol.
Het Veilig Huis Limburg is een regionale niet-hiërarchische netwerkorganisatie die bestaat uit een multidisciplinair team van professionals. Het Veilig Huis Limburg bundelt de expertise van de verschillende diensten rond intrafamiliaal geweld om zo deze maatschappelijke problematiek op een duurzame, gecoördineerde en doeltreffende manier aan te pakken.
De netwerkorganisatie bestaat uit een aantal kernpartners. De individuele engagementen van de kernpartners m.b.t. taken en verantwoordelijkheden en eventuele financiering in het kader van het Veilig Huis Limburg worden vastgelegd in een engagementsverklaring, die ondertekend wordt door de kernpartners.
De kernpartners van het Veilig Huis Limburg zijn:
• Vertrouwenscentra Kindermishandeling;
• Centra Algemeen Welzijnswerk;
• Agentschap Opgroeien;
• Vertegenwoordigers uit de regionale netwerken geestelijke gezondheidszorg (o.a. Integra vzw);
• Justitiehuis Limburg;
• Lokale politie;
• Parket Limburg;
• Lokale besturen.
Geweld is een gelaagd begrip en omvat vele vormen (fysiek, psychisch, seksueel, economisch). Intrafamilaal geweld komt als onderdeel van geweldsdelicten sterk naar voren. Het fenomeen overstijgt de gemeentegrens. In 2024 registreerde de Belgische politie 50.469 aangiftes van intrafamiliaal geweld. Dit zijn enkel de gekende feiten, terwijl onderzoek aantoont dat intrafamiliaal geweld een sterk onder gerapporteerd fenomeen is. Volgens een onderzoek van o.a. Statistiek Vlaanderen was 1 op 3 vrouwen in België ooit slachtoffer van intiem partnergeweld (Gendergerelateerd geweld in België Kerncijfers van de Europese enquête over geweld tegen vrouwen en andere vormen van interpersoonlijk geweld (EU-GBV, 2021-202) ).
Investeren in een ketenaanpak is belangrijk omdat het probleem complex, hardnekkig en multidimensioneel is. Het gaat vaak om structureel en herhaald geweld (fysiek, psychisch, seksueel, economisch). Zonder gecoördineerde aanpak blijven slachtoffers onveilig en herhaalt het geweld zich. Intrafamiliaal geweld heeft een grote maatschappelijke impact op het slachtoffer en zijn of haar omgeving. Het gaat over gezondheid, gezin en kinderen, huisvesting en sociale hulp, justitie, enzovoort. Een ketenaanpak zorgt voor betere bescherming van de slachtoffers, beoogt effectiever werken met plegers en zorgt voor doorlopende begeleiding, zonder afhaakmomenten. Het doel is escalaties en crisissituaties voorkomen, zware hulpverlening vermijden en de maatschappelijke kost beperken.
De middelen worden voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 in MJP000779.
Lokale besturen stellen professionals ter beschikking van het Veilig Huis Limburg a rato van 1VTE maatschappelijk assistent per 50.000 inwoners. We treden toe tot Veilig Huis Limburg vanuit een samenwerkingsverband met de 8 lokale besturen van politiezone CARMA. De engagementsverklaring Veilig Huis Limburg organiseert de financiële inspanningen waartoe stad Bree en OCMW Bree zich verbinden. Deze subsidieovereenkomst organiseert de cofinanciering van personeelsinzet m.b.t.
casusondersteuning (3VTE) en intensieve casusregie (0.5 VTE).
De subsidieovereenkomst bevat een verdeelsleutel (50 % inwonersaantal / 50 % dossierlast) volgens
de welke de kost wordt verdeeld:
Art. 1: Gemeenteraad gaat akkoord met de kaderovereenkomst Veilig Huis Limburg, met de engagementsverklaring Veilig Huis Limburg en met de subsidieovereenkomst met lokale besturen voor de cofinanciering van casusondersteuning Veilig Huis Limburg;
Art. 2: Er zal een ondertekend exemplaar van de overeenkomsten bezorgd worden aan de strategisch coördinator van Veilig Huis Limburg.
Art. 3: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Goedkeuring erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 09/07/2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten;
Overwegende de verplichting binnen het BOA-decreet tot het ontwikkelen van een erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten. Dit erkenningskader voor buitenschoolse opvang werd in samenspraak met de gemeenten van de Welzijnsregio Noord-Limburg ontwikkeld en streeft naar het behoud van de vroegere kwaliteitsnormen van het Agentschap Opgroeien;
Art. 1: De Gemeenteraad keurt het erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten goed. Dit treedt in werking vanaf 1 september 2026.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
goedkeuring afsprakennota Lokaal Samenwerkingsverband BOA
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 09/07/2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten;
Overwegende de verplichting binnen het BOA-decreet tot het oprichten van een Lokaal Samenwerkingsverband BOA. Dit Lokaal Samenwerkingsverband bestaat uit betrokkenen uit het opvang- en vrijetijdslandschap en heeft als adviserend en verbindend netwerk van het lokaal bestuur van Stad Bree het doel om de kwaliteit, samenhang en toegankelijkheid van het lokaal beleid rond buitenschoolse opvang en activiteiten te versterken.
Art. 1: De Gemeenteraad keurt de afsprakennota rond het oprichten van een Lokaal Samenwerkingsverband i.h.k.v. het Decreet buitenschoolse kinderopvang en activiteiten goed. Deze treedt in werking vanaf 1 september 2026.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Er wordt voorwaardelijk positief advies gegeven met betrekking tot de samenvoeging van de erkende geloofsgemeenschappen ‘OLV Gerdingen’, ‘Sint-Trudo Opitter’ en ‘Sint-Petrus Tongerlo’ met de erkende geloofsgemeenschap ‘Sint-Michiel Bree’. De voorwaarde bestaat eruit dat het stadsbestuur van Bree, samen met de drie uittredende kerkbesturen, de mening is toegedaan dat mits een flexibele houding er een mogelijkheid moet zijn om de middelen van de erkende geloofsgemeenschappen ‘OLV Gerdingen’, ‘Sint-Trudo Opitter’ en ‘Sint-Petrus Tongerlo’ in resp. de gemeenschap van Gerdingen, Opitter en Tongerlo te kunnen investeren (herbestemming leegstaande kerkgebouwen) en dat het college van burgemeester en schepenen hierover in overleg moet gaan met het Bisdom, K.F. Sint-Michiel en desgevallend de wetgevende instanties.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021;
Gelet op de brief van het Agentschap Binnenlands Bestuur van 23 maart 2026 met betrekking tot de samenvoeging van erkende geloofsgemeenschappen in Bree;
Gelet op het Kerkenbeleidsplan, goedgekeurd door de gemeenteraad op 20 november 2025;
Overwegende dat de samenvoeging van de erkende geloofsgemeenschappen ‘OLV Gerdingen’, ‘Sint-Trudo Opitter’ en ‘Sint-Petrus Tongerlo’ met de erkende geloofsgemeenschap ‘Sint-Michiel Bree’ voortvloeien uit het Kerkenbeleidsplan en dat de drie kerken op termijn, na Ministerieel besluit, terug eigendom worden van de stad Bree en dat het geen sinecure is om daar een valabele herbestemming voor te vinden;
Overwegende dat er in deze drie kerken geen erediensten meer gehouden worden;
Overwegende dat de stad Bree vele jaren de erediensten van deze drie parochies financieel aanzienlijk heeft moeten ondersteunen, zowel in hun werking als in hun investeringen;
Overwegende dat zowel de uittredende kerkbesturen van Gerdingen, Opitter en Tongerlo, als ook de lokale gemeenschappen en het stadsbestuur vragende partij zijn om de middelen, onroerend en roerend, die deze kerkbesturen op het moment van de samenvoeging in hun boekhouding ter beschikking hadden, te investeren in de resp. lokale gemeenschappen en/of in de herbestemming van de leegstaande kerkgebouwen;
Overwegende dat deze vraag aan het Bisdom is voorgelegd, ook door de Burgemeester, maar dat hier tot op heden een afwijkend antwoord op gekomen is: de middelen zijn overgedragen aan het kerkbestuur Sint-Michiel Bree dat de kerkelijke middelen, volgens het Eredienstendecreet, uitsluitend mag aanwenden in functie van de eredienst en daarbij moet optreden als een voorzichtig en redelijk bestuurder. Zij mogen hun patrimonium niet aanwenden voor doeleinden die buiten hun decretale opdracht vallen en mogen zich daarbij niet structureel verarmen;
Overwegende dat het Bisdom verder aanhaalt dat In dit dossier een bijkomend element speelt: de betrokken kerken zijn eigendom van de stad Bree. Dat betekent dat de kerkfabrieken geen eigenaar zijn van deze gebouwen en dus ook geen investeringen kunnen verantwoorden in gebouwen die niet tot hun patrimonium behoren. Wanneer een kerkgebouw bovendien principieel wordt aangeduid voor herbestemming, valt een investering in een nieuwe maatschappelijke of gemeenschapsfunctie hoe dan ook buiten de opdracht van de kerkfabriek en dat het Bisdom om die reden niet kan ingaan op het voorstel om de herbestemming te heroverwegen met het oog op een nevenbestemming die door de kerkfabrieken zelf zou worden gedragen. Dat zou de kerkfabrieken immers verplichten om middelen in te zetten voor investeringen in gebouwen die niet hun eigendom zijn en voor functies die niet tot hun wettelijke opdracht behoren;
Overwegende dat ook het Bisdom bereid is om in overleg te blijven met de stad Bree om van gedachten te wisselen over het verdere traject en de toekomst van de drie gebouwen;
Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen, samen met de drie uittredende kerkbesturen, de mening blijft toegedaan dat mits een flexibele houding er een mogelijkheid moet zijn om deze middelen wel in resp. de gemeenschap van Tongerlo, Opitter en Gerdingen te investeren en hierover in overleg wil gaan met het Bisdom;
Overwegende dat bijvoorbeeld een herbestemming van een lege kerk, dan mede gefinancierd door K.F. Sint-Michiel Bree, ten gunste van een lokale gemeenschap (bijvoorbeeld een gemeenschapshuis in Tongerlo dat ook voor pastorale taken kan worden gebruikt) juridisch zodanig kan verankerd worden dat bij het toekomstig en desgevallend ophouden van het bestaan van die functie, de door hen ingebrachte financieringsmiddelen terug vloeien naar K.F. Sint-Michiel Bree, vanuit de stad Bree. Dit zou K.F. Sint Michiel Bree niet verarmen;
Art. 1: Er wordt voorwaardelijk positief advies gegeven met betrekking tot de samenvoeging van de erkende geloofsgemeenschappen ‘OLV Gerdingen’, ‘Sint-Trudo Opitter’ en ‘Sint-Petrus Tongerlo’ met de erkende geloofsgemeenschap ‘Sint-Michiel Bree’.
Art. 2: De voorwaarde bestaat eruit dat het stadsbestuur van Bree, samen met de drie uittredende kerkbesturen, de mening is toegedaan dat mits een flexibele houding er een mogelijkheid moet zijn om de middelen van de erkende geloofsgemeenschappen ‘OLV Gerdingen’, ‘Sint-Trudo Opitter’ en ‘Sint-Petrus Tongerlo’ in resp. de gemeenschap van Gerdingen, Opitter en Tongerlo te kunnen investeren (herbestemming leegstaande kerkgebouwen) en dat het college van burgemeester en schepenen hierover in overleg moet gaan met het Bisdom, K.F. Sint-Michiel en desgevallend de wetgevende instanties.
Art. 3: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Er wordt goedkeuring verleend aan de verkoop van een perceel voor een elektriciteitscabine aan Fluvius met name Kruittorenwal t.h.v. nr. 7.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/3 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van de erkende erediensten.
Gelet op het schrijven vanwege Fluvius met vraag tot goedkeuring van het ontwerp tot verkoopovereenkomst, het schattingsverslag en het bijhorend opmetingsplan met betrekking tot het hieronder vermeld perceel, gelegen te Kruittorenwal t.h.v. nr. 7;
Overwegende dat het over het volgende perceel met vermelde oppervlakte volgens inplantingsplan gaat:
- Een perceel grond met een oppervlakte van 31m², gelegen te Bree bij de Kruittorenwal t.h.v. nr. 7, gekend ten kadaster 1ste afdeling sectie B, deel perceelnummer 672/A/2, volgens bijgevoegd goedgekeurd inplantingsplan cabine;
Overwegende dat er m.b.t. dit perceel een schattingsverslag werd opgemaakt door Marc Hennau, landmeter-expert, op 15 april 2026, waarvan de schatting ad. € 1.500,- kan worden goedgekeurd;
Overwegende dat de aankoop gebeurt met het oog op het plaatsen van een distributiecabine voor elektriciteit;
Overwegende dat er een erfdienstbaarheid gevestigd dient te worden ten voordele van de elekriciteitscabine zoals weergegeven op het opmetingsplan;
Overwegende dat Fluvius een koopovereenkomst heeft opgesteld;
Overwegende dat deze verkoop geschiedt voor openbaar nut, met als gevolg dat er bij het verlijden van de akte zal worden verzocht om de vrijstelling van registratierechten overeenkomstig artikel 161 van het Wetboek registratierechten;
Dat de aanvraag tot omgevingsvergunning lopende is;
Dat de koop betrekking heeft op een zeer kleine perceeltje waaruit derden geen nut zouden kunnen halen;
Dat de verkoop van het perceeltje dan ook onderhands kan gebeuren en de bijgevoegde verkoopsovereenkomst meteen definitief kan worden goedgekeurd;
Opbrengst van 1.500 euro.
Art. 1 : Onder de in dit besluit vastgestelde voorwaarden wordt definitief goedkeuring verleend aan de verkoop van een perceel te Bree, gekend ten kadaster 1ste afdeling sectie B, deel perceelnummer 672/A/2, zoals weergegeven op het plan aldus opgemeten en in plan gebracht door Marc Hennau, landmeter-expert, op 15 april 2026.
Art. 2 : De verkoop gebeurt tegen de prijs van € 1.500,- te vermeerderen met de kosten voor de bodemattesten, registratierechten, overschrijvingskosten en eventuele andere vaste kosten, die tevens door de koper dienen te worden betaald.
Art. 3 : De verkoop gebeurt onder de verkoopsvoorwaarden zoals opgenomen in het voorstel tot verkoopovereenkomst, die wordt goedgekeurd en die integraal deel zal uitmaken van dit besluit.
Art. 4 : Deze beslissing wordt overgemaakt aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius Limburg.
Art. 5 : De burgemeester, de heer Sietse Wils en de algemeen directeur, de heer Stefan Goclon worden gemachtigd tot het ondertekenen van de authentieke akte.
Art. 6 : De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Het betreft de goedkeuring van de werkwijze en verkoop van de leegstaande elektriciteitscabine te Beek.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/3 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van de erkende erediensten.
Overwegende dat de eigenaar van de Kerkstraat 15 heeft geïnformeerd of de stad de leegstaande elektriciteitscabine met perceel AFD3/B/149D grenzend aan haar perceel wou verkopen;
Overwegende dat de elektriciteitscabine in onbruik is en voor de stad geen nut meer heeft waardoor de stad een verkoop genegen is;
Overwegende dat er een recht van doorgang loopt over het perceel van Kerkstraat 17 ten voordele van de elektriciteitscabine;
Overwegende dat de stad bij onroerende transacties de toepasselijke omzendbrief dient te volgen waardoor een schattingsverslag noodzakelijk is en er mededinging en transparantie geldt;
Overwegende dat de eigenaars van de Kerkstraat 17 werden aangeschreven met de mededeling dat de stad de leegstaande elektriciteitscabine wenst te verkopen en met de melding dat indien ze hierin geïnteresseerd zijn ze zich kandidaat kunnen stellen;
Overwegende dat de eigenaars van de Kerkstraat 17 hebben laten weten dat ze eveneens geïnteresseerd zijn;
Overwegende dat het buiten deze partijen het geen meerwaarde heeft om de verkoop voor het grote publiek te publiceren;
Overwegende dat er een verkoopprocedure onder gesloten omslag georganiseerd zal worden op basis ban een verkoopleidraad waarbij de schattingsprijs het minimumbedrag is en de geïnteresseerde partijen de kans hebben om een bod te doen waarna de verkoop zal toegewezen worden aan de hoogste biedende partij;
Overwegende dat deze procedure ter goedkeuring zal voorgelegd worden aan de gemeenteraad waarbij zonder bijkomende raadsbeslissing definitief kan toegewezen worden indien het hoogste bod minstens de schattingswaarde van 4.800 euro bedraagt.
Er is minstens een opbrengst van 4.800 euro bij verkoop.
Art. 1: De gemeenteraad keurt de verkoop van de leegstaande elektriciteitscabine AFD3/B/149D goed waarbij zonder bijkomende raadsbeslissing kan toegewezen worden indien het hoogste bod minstens de schattingswaarde bedraagt.
Art. 2: De gemeenteraad keurt de verkoopleidraad goed bestaande uit de beschrijving van het goed, de verkoopprocedure, de minimum verkoopprijs, het verdere verloop na verkoop, de projectdefinitie, de wijze van inschrijven, de verkoopsvoorwaarden, het planningskader en het biedingsformulier.
Art. 3: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De gemeenteraad keurt de concessieleidraad inclusief offerteformulier en de ontwerpconcessieovereenkomst voor de horecaruimte van de campus De Weeg goed en machtigt het AGB tot het voeren van de procedure.
De Gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/3 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van de erkende erediensten;
De stad en AGB wensen een invulling te geven aan de horecaruimte van de nieuwe campus De Weeg. Een concessieovereenkomst is hiervoor de meest aangewezen piste. Er dient een transparante procedure gevolgd te worden middels het publiceren van een “Leidraad” en een "offerteformulier". Op basis van de voorstellen van de marktspelers zal een begunstigde worden aangeduid en een concessieovereenkomst worden afgesloten met deze begunstigde (ontwerp als bijlage bij de leidraad).
Overwegende dat elke geïnteresseerde kandidaat-uitbater een gelijke kans dient te krijgen om mee te dingen, reden waarom er wordt voorgesteld om te werken met de publicatie van een ‘Leidraad’;
Gelet op de leidraad en de ontwerpovereenkomst waarbij er een concessie zal worden toegestaan voor 9 jaar, met een mogelijkheid tot verlenging, met als gevolg dat het aangaan van deze concessieovereenkomst als een daad van beschikking kan worden gekwalificeerd;
Overwegende dat er beoordeeld zal worden aan de hand van criteria met name de visie, de openingsuren, de ervaring, de concessievergoeding en het aanbod van eten en drinken;
Overwegende dat op deze criteria een evenwichtige puntenscore is gezet waardoor we een concessionaris willen vinden die een structurele uitbating kan garanderen in functie van de campus met zijn sporters, bezoekers, bewoners, inwoners en studenten;
Overwegende dat de voorstellen beoordeeld zullen worden aan de hand van deze criteria door een jury;
Overwegende dat de kandidaten een verplichte infosessie dienen bij te worden waarbij het potentieel van de campus nader worden toegelicht;
Overwegende dat de stad 2 refterruimtes in concessie zal geven en de overige ruimtes via het AGB in concessie worden gegeven, machtigt de stad het AGB tot het voeren van de procedure voor de volledige horecaruimte.
Art. 1: De gemeenteraad keurt de concessieleidraad inclusief offerteformulier en de ontwerpconcessieovereenkomst voor de horecaruimte van de campus De Weeg goed.
Art. 2: De gemeenteraad machtigt het AGB tot het voeren van de procedure namens de stad
Art. 3: De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de verdere uitvoering van deze beslissing waaronder de ondertekening van de concessieovereenkomst.
Art. 4: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Goedkeuring wordt verleend aan het bestek met nr. 2026/235/TD/WP en de raming voor de opdracht “Betonherstellingen wegenis 2026”, opgesteld door de Technische dienst. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt € 79.977,82 excl. btw of € 96.773,16 incl. 21% btw (€ 16.795,34 btw medecontractant). Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
De gemeenteraad:
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 140.000,00 niet);
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 90, 1°;
Overwegende dat in het kader van de opdracht “Betonherstellingen wegenis 2026” een bestek met nr. 2026/235/TD/WP werd opgesteld door de Technische dienst;
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 79.977,82 excl. btw of € 96.773,16 incl. 21% btw (€ 16.795,34 btw medecontractant);
Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking;
Overwegende dat 16 juni 2026 om 10.00 uur wordt voorgesteld als limietdatum voor het indienen van de offertes;
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in het investeringsbudget van 2026, op budgetcode 2241000/DOM 1/0200 (actie / raming AC000083/MJP000809);
Art. 1: Goedkeuring wordt verleend aan het bestek met nr. 2026/235/TD/WP en de raming voor de opdracht “Betonherstellingen wegenis 2026”, opgesteld door de Technische dienst. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt € 79.977,82 excl. btw of € 96.773,16 incl. 21% btw (€ 16.795,34 btw medecontractant).
Art. 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Art. 3: Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- EIKENAAR NV, Maalbosstraat 7 te 3960 Bree;
- NELIS WEGENBOUW NV, Industrieweg-Noord 1178 te 3660 Oudsbergen;
- WEGENBOUW GOIJENS NV, Rademakersstraat 78/A unit 1 te 3950 Bocholt;
- Hoogmartens Wegenbouw NV, Industrieweg-Noord 1137 te 3660 Oudsbergen.
Art. 4: De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 16 juni 2026 om 10.00 uur.
Art. 5: De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026, op budgetcode 2241000/DOM 1/0200 (actie / raming AC000083/MJP000809).
Art. 6: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Stad Bree doet een beroep op de aankoopcentrale van C-smart dv voor de ontwikkeling en ondersteuning van participatieprocessen aangeboden via de C-smart raamovereenkomst o.b.v. de overheidsopdracht.
De gemeenteraad:
Gelet op artikel 56 §3 4° en 5° van het de Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid op de artikelen 2, 6°, 43, § 1, tweede lid en 47;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;
Gelet op de beslissing van de raad van bestuur van C-smart dv van 24 oktober 2024 tot plaatsing via een openbare procedure van de overheidsopdracht waarvan het voorwerp bestaat uit de ontwikkeling en ondersteuning van participatieprocessen met ondersteunende dienstverlening.
Gelet de in uitvoering van deze beslissing door de raad van bestuur van C-smart dv goedgekeurde opdrachtdocumenten, inzonderheid:
Gelet de beslissing van de raad van bestuur van C-smart dv van 23 oktober 2025 waarbij perceel 2 van voornoemde opdracht wordt gegund aan DBP Partners+, een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid vertegenwoordigd door Indiville bv met maatschappelijke zetel te Vaartstraat 73, 3000 Leuven.
Overwegende de voornoemde opdracht van C-smart dv “Raamovereenkomst voor de ontwikkeling en ondersteuning van burgerparticipatie - participatieprocessen met ondersteunende dienstverlening” (Bestek nr. CSMRTBUR25) is een raamovereenkomst met één leverancier en C-smart dv treedt hierbij op als aankoopcentrale in de zin van artikelen 2,6° en 47 van de wet van 17 juni 2016;
Overwegende dat stad Bree via de aankoopcentrale van de mogelijkheid tot afname van de raamovereenkomst kan gebruik maken waardoor zij/het krachtens artikel 47, § 2 van de wet van 17 juni 2017 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren;
Overwegende dat het aangewezen is dat stad Bree gebruik maakt van de aankoopcentrale om volgende redenen:
Overwegende dat de stad niet verplicht is tot enige afname van de raamovereenkomst;
Overwegende dat de nodige budgetten beschikbaar zijn;
Art. 1: De stad doet een beroep op de aankoopcentrale van C-smart dv voor de ontwikkeling en ondersteuning van participatieprocessen aangeboden via de C-smart raamovereenkomst o.b.v. de overheidsopdracht met referentie CSMRTBUR25 (perceel 2).
Art. 2: Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering;
Art. 3: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De gemeenteraad;
Gelet op de Grondwet, artikelen 170 en 173;
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op de Omzendbrief KBBJ/ABB 2026/2 van 20 maart 2026 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Overwegende dat de stad Bree bootverhuur organiseert om het toerisme aan te wakkeren en om de Zuid-Willemsvaart in de kijker te zetten naar aanleiding van de 200-jarige verjaardag;
Overwegende dat er samenwerkingsovereenkomsten werden afgesloten in verband met de huur van sloepjes/boten en de exploitatie ervan;
Overwegende dat hiervoor een retributie wordt vastgesteld in het retributiereglement om alzo het tarief aan de gebruikers te kunnen aanrekenen;
Overwegende dat de bootverhuur van start gaat op 6 juni 2026 en eindigt op 30 augustus 2026 waarna een evaluatie van de bootverhuur zal plaatsvinden;
Overwegende dat het retributiereglement in werking treedt op 6 mei 2026 doordat de stad al een ruime communicatiecampagne heeft gepubliceerd waarop veel reactie van geïnteresseerde inwoners is gekomen met de vraag om reeds ruim op voorhand te kunnen reserveren. Aangezien het tarief aangerekend door de stad besproken is op het college van burgemeester en schepenen, op voorhand gecommuniceerd is en de gebruikers het tarief aanvaarden bij de reservatie met bijhorende betaling waardoor het tarief redelijkerwijze voorzienbaar was voor de betrokkenen en bijgevolg de rechtszekerheid niet op onevenredige wijze wordt aangetast. Bovendien was vanaf deze datum alles in gereedheid gebracht door de dienst om op dat moment online te gaan met het reservatiesysteem zodat dit enkel voordelen heeft voor de inwoners als voor de stad. Een inwerkingtreding op 6 mei 2026 is in de gegeven omstandigheden en om de aangehaalde reden dus gerechtvaardigd.
MJP000889
Goedkeuring retributiereglement buitenschoolse kinderopvang vanaf 1 september 2026
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 09/07/2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten;
Overwegende de gestegen kosten voor de organisatie van buitenschoolse kinderopvang op de 6 schoollocaties tijdens het schooljaar en op de 2 locaties tijdens de schoolvakanties;
Overwegende de aanscherping van het boetesysteem om ouders te stimuleren om bewuster om te gaan met inschrijvingen en afmeldingen voor buitenschoolse kinderopvang;
Art. 1: De Gemeenteraad keurt het retributiereglement voor de buitenschoolse kinderopvang goed. Dit treedt in werking vanaf 1 september 2026.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De dading met betrekking tot de procedure van de verzoekende partijen, bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen met rol nr. 2324-RvvB-1051-A tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 8/01/2024 tot toekenning van de omgevingsvergunning voor de huidige herinrichtingswerken ‘Witte Torenwal’ wordt goedgekeurd.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op de procedure van de verzoekende partijen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen met rol nr. 2324-RvvB-1051-A tegen de omgevingsvergunning voor de huidige herinrichtingswerken ‘Witte Torenwal’;
Overwegende dat de procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen een onzekere toestand creëert met betrekking tot de werken en eventuele gevolgen van een vernietiging;
Overwegende dat de stad een rechtszekere oplossing wil bekomen met de partijen, i.c. handelszaken, om deze onzekere toestand te verhelpen door de bezorgdheden van de handelszaken ter harte te nemen;
Overwegende dat er onderhandelingen werden opgestart om tot een oplossing te komen;
Overwegende dat de handelszaken de procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen willen stopzetten indien er flankerende parkeermaatregelen komen ten gunste van de winkeliers en hun cliënteel;
Overwegende dat de raadsheer van verzoekende partijen en de raadsheer van de stad Bree bijgevolg een dading hebben opgesteld;
Overwegende dat er heden deze zitting een aanpassing van het Retributie- en algemeen reglement voor het parkeren ter goedkeuring voorligt met de parkeermaatregelen zoals overeengekomen in de dading, dewelke ingang zullen vinden vanaf 1 januari 2027;
Overwegende dat de dading pas uitwerking kan hebben mits goedkeuring van deze aanpassing van het retributie- en algemeen reglement voor het parkeren;
Dat deze aanpassingen voor verzoekende partijen volstaan om hun procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen te staken en daarover met het stadsbestuur van Bree een dading af te sluiten;
Gelet op artikel 41 van het Decreet over het lokaal bestuur waarbij de gemeenteraad bevoegd is om dadingen af te sluiten;
Gelet op de dading, die als bijlage toegevoegd wordt aan dit gemeenteraadsbesluit;
Art. 1: De dading met betrekking tot de procedure van de verzoekende partijen, bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen met rol nr. 2324-RvvB-1051-A tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 8/01/2024 en de beslisisng van de Bestendige Deputatie van 28/06/2024 tot toekenning van de omgevingsvergunning voor de huidige herinrichtingswerken ‘Witte Torenwal’ wordt goedgekeurd.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Goedkeuring huishoudelijk reglement buitenschoolse kinderopvang Stad Bree 1 sept 2026
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 09/07/2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten;
Overwegende de lokale uitwerking van het BOA-decreet op 1 september 2026 enkele wijzigingen aan de organisatie van de buitenschoolse kinderopvang vroeg, voornamelijk om de opvangvraag en -aanbod efficiënter op elkaar af te stemmen.
Met name werden wijzigingen aangebracht rond de bepalingen rond inschrijven en afmelden, het boete- en jokersysteem, de openingsuren op woensdagnamiddagen en de klachtenprocedure.
Art. 1: De Gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement voor de buitenschoolse kinderopvang van Stad Bree goed. Dit treedt in werking vanaf 1 september 2026.
Art. 2: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Het door de gemeenteraad 18/12/2025 goedgekeurde Retributie- en algemeen reglement voor het parkeren, geldig vanaf 1/1/2026, wordt aangepast.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het KB 16/03/1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie van het wegverkeer;
Gelet op het KB van 01/12/1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg: de wegcode;
Gelet op het ministerieel besluit van 11/10/1976 waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald: de code van de wegbeheerder;
Gelet op hoofdstuk II, art. 2,4°f van besluit van de Vlaamse Regering van 26/3/2006, tot operationalisering van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken;
Gelet op het decreet van 16/5/2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en de bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/01 van 3/4/2009 inzake de aanvullende reglementen op de politie van het wegverkeer;
Gelet op het M.B. van 9 januari 2007, betreffende de gemeentelijke parkeerkaart;
Gelet op de Camerawet van 21 maart 2007, en latere wijzigingen;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit d.d. 18/12/2025 "Retributie- en algemeen reglement voor het (bovengronds) parkeren.
Gelet op de procedure van de verzoekende partijen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen met rol nr. 2324-RvvB-1051-A tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 8/01/2024 tot toekenning van de omgevingsvergunning voor de huidige herinrichtingswerken ‘Witte Torenwal’;
Gelet op de goedkeuring, door de gemeenteraad, d.d. 18/12/2025 van het Retributie- en algemeen reglement voor het parkeren, dat in voege is vanaf 1/1/2026;
Overwegende dat de procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen een onzekere toestand creëert met betrekking tot de werken en eventuele gevolgen van een vernietiging;
Overwegende dat de stad een rechtszekere oplossing wil bekomen met de partijen, i.c. handelszaken, om deze onzekere toestand te verhelpen door de bezorgdheden van de handelszaken ter harte te nemen;
Overwegende dat er onderhandelingen werden opgestart om tot een oplossing te komen;
Gelet op de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen d.d. 16/02/2026 en 13/04/2026 inzake een akkoord met betrekking tot de (parkeer)grieven van de verzoekende partijen in de procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen met rol nr. 2324-RvvB-1051-A tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 8/01/2024 tot toekenning van de omgevingsvergunning voor de huidige herinrichtingswerken ‘Witte Torenwal’;
Overwegende dat de raadsheer van verzoekende partijen en de raadsheer van de stad Bree bijgevolg een dading hebben opgesteld waarin flankerende parkeermaatregelen zijn opgenomen ten gunste van de winkeliers en hun cliënteel mits de handelszaken de procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen stopzetten;
Overwegende dat deze dadingsovereenkomst heden ter zitting werd goedgekeurd;
Overwegende dat de essentie van het akkoord enkele aanpassingen van het Retributie- en algemeen reglement voor het parkeren inhoudt, welk heden in aangepaste vorm ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeenteraad;
Overwegende dat de essentie van het akkoord als volgt kan worden samengevat:
Deze twee zones zullen dan enkel maar het blauwe zone parkeerregime kennen. Het zijn aan de noordoostelijke zijde en aan de zuidwestelijke zijde drukke inrijroutes en parkeerzones naar en voor het handelscentrum van Bree. Verzoekende partijen zijn daarom voorstander om deze zones voor bezoekers aan Bree (handels)centrum, en op wandelafstand ervan, als beperkt in de tijd-parkeerplaatsen te reserveren.
Overwegende dat tevens is gebleken dat het niet langer zinvol is om de Passtraat in de blauwe parkeerzone te houden, dit dient daarom ook aangepast te worden in het Retributie- en algemeen reglement voor het parkeren;
Overwegende dat er in het voorliggende reglement ook een aanpassing/aanvulling is opgenomen over het parkeren bij laadpalen met plug-in hybride voertuigen;
Overwegende dat in het reglement in bijlage deze aanpassingen zijn opgenomen en ter goedkeuring worden voorgelegd;
Art. 1: Het door de gemeenteraad 18/12/2025 goedgekeurde Retributie- en algemeen reglement voor het parkeren, geldig vanaf 1/1/2026, wordt aangepast en wordt in die vorm als bijlage gevoegd aan dit gemeenteraadsbesluit.
Art. 2: Dit aangepaste reglement gaat in voege vanaf 1/1/2027, op voorwaarde dat de hoger vernoemde dading tussen partijen ondertekend is.
Art. 3: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De agendapunten van de Algemene Vergadering van woensdag 24 juni 2026 van de Opdrachthoudende Vereniging Limburg.net worden goedgekeurd.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op het feit dat Limburg.net een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid is, en meer bepaald een opdrachthoudende vereniging zoals bedoeld in artikel 398, §2, 3° van het Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur (verder ‘DLB’).
Gelet op het lidmaatschap van de gemeente bij Limburg.net.
Gelet op de statuten van Limburg.net (verder ‘de Statuten’).
Gelet op de beslissing van de raad van bestuur van Limburg.net van 22 april 2026 tot goedkeuring van de agenda van de algemene vergadering van Limburg.net van woensdag 24 juni 2026 om 18u30 in de kantoren van Limburg.net, Herkenrodesingel 14 te Hasselt.
Gelet dat de volgende agendapunten werden vastgesteld:
Welkom door de voorzitter
Aanduiding secretaris en stemopnemers (art. 38 statuten)
Jaarrekening 2025/ Verslag van de raad van bestuur aan de aandeelhouders/ Verslag van de commissaris (454 DLB, art. 40 statuten)
Activiteitenverslag 2025
Kwijting aan de bestuurders (art. 454 DLB, art. 40 statuten)
Kwijting aan de commissaris (art. 454 DLB, art. 40 statuten)
Aanduiding revisor voor boekjaren 2026-2029 - Voorstel van de raad van bestuur d.d. 22/04/26 om de controle opdracht voor de boekjaren 2026, 2027 en 2028 toe te wijzen aan de firma Vanhavermaet
Varia
Er zijn geen bezwaren voorhanden om de goedkeuring van de agenda te weigeren.
Art. 1: De agendapunten van de Algemene Vergadering van woensdag 24 juni 2026 van de Opdrachthoudende Vereniging Limburg.net worden goedgekeurd.
Art. 2: Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan de opdrachthoudende vereniging middels het bezorgen van een afschrift in tweevoud aan Limburg.net.
Art. 3: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De agendapunten van de Algemene vergadering van DISV Regio Noord-Limburg van 16 juni 2026, zoals opgenomen in de uitnodiging van 4 mei 2026, worden op basis van de bekomen documenten en toelichtingsnota goedgekeurd.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op de uitnodiging voor de Algemene Vergadering per mail d.d. 4 mei 2026 van de Welzijnsregio ,
Overwegende dat de volgende agendapunten zullen behandeld worden tijdens de algemene vergadering:
Overwegende dat de voorbereidende documenten in bijlage toegevoegd werden.
Art. 1: De agendapunten van de Algemene vergadering van DISV Regio Noord-Limburg van 16 juni 2026, zoals opgenomen in de uitnodiging van 4 mei 2026, worden op basis van de bekomen documenten en toelichtingsnota goedgekeurd.
Art. 2: De stemgerechtigd gemeentelijke vertegenwoordiger, Edith Vanaken, wordt gemandateerd om op de Algemene Vergadering van DISV Regio Noord-Limburg van 16 juni 2026 te handelen en te beslissen conform dit besluit.
Art. 3: De bepalingen van Deel 2, Titel 7 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
Voormalig raadslid Marie-Jeanne Savelkoul wordt vervangen door mevrouw Elke Luyckx, gemeenteraadslid, als stemgerechtigd vertegenwoordiger in de algemene vergadering van VZW Welzijnscampus Gerkenberg.
De gemeenteraad:
Gelet op de nog geldende bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Bestuursdecreet van 07 december 2018;
Gelet op de lokale verkiezingen van 13 oktober 2024 en de installatie van de gemeenteraad en van de raad voor maatschappelijk welzijn op 3 december 2024;
Gelet op de statuten van VZW Welzijnscampus Gerkenberg, waarvan de laatste versie werd goedgekeurd door de raad van bestuur op 6/11/2023 en door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn op 4 december 2023;
Gelet op Art. 4, sectie 1. Samenstelling – stemrecht – beëindiging van de vertegenwoordiging van een lid;
Overwegende dat, volgens het systeem D’Hondt en op basis van het op 13 oktober 2024 behaalde stemcijfer/aantal verkozen raadsleden per lijst het aan de fractie Verjonging toe komt om de eerste vertegenwoordiger aan te duiden in de algemene vergadering van de VZW, fractie OnsBree de tweede vertegenwoordiger en fractie Verjonging de derde vertegenwoordiger;
Gelet op de mail van 30 juni 2025, waarin raadslid Marie-Jeanne Savelkoul ontslag neemt als gemeenteraadslid en andere toebedeelde mandaten.
Overwegende dat de 3 vertegenwoordigers leden van de gemeenteraad moeten zijn;
Overwegende dat mevrouw Elke Luyckx wordt voorgedragen als vervanger van mevrouw Marie-Jeanne Savelkoul in de algemene vergadering van VZW Welzijnscampus Gerkenberg als 1ste lid;
De gemeenteraad gaat akkoord dat mevrouw Elke Luyckx het mandaat van mevrouw Marie-Jeanne Savelkoul in de algemene vergadering van de Welzijnscampus overneemt met 23 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthoudingen.
Art. 1: Voormalig raadslid Marie-Jeanne Savelkoul wordt vervangen door mevrouw Elke Luyckx, gemeenteraadslid, als stemgerechtigd vertegenwoordiger in de algemene vergadering van VZW Welzijnscampus Gerkenberg.
Art. 2: Het mandaat van de gemeentelijke afgevaardigden geldt, behoudens vroegere beëindiging, voor de resterende gemeentelijke legislatuur 2025-2030.
Art. 3: De bepalingen van Deel 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald deze inzake de melding en bekendmaking, zijn op dit besluit van toepassing.
De voorzitter sluit de zitting op 21/05/2026 om 21:15.
Namens Gemeenteraad,
Stefan Goclon
Algemeen directeur
Veerle Damiaans
Voorzitter